Sijsjeslijmer = Futloos persoon.
Author: admin
Suiker aan me pik hebben = aantrekkelijk voor vrouwen zijn.
Stuk = mooi meisje of vrouw.
Stotteren = in termijn afbetalen.
Stoot = een grote hoeveelheid.
Stik de moord = bekijk het maar.
Stieken = toestoppen.
Stennis maken = kabaal of ruzie maken.
Stek of stekkie = plaats.
Stapper = trouw cafébezoeker.
Spijkers = centen.
Spijkerbak = gitaar of snaarinstrument.
Spie = cent.
Spaties = gekheid.
Spannetje = glas bier en een jenever.
Op zijn Sodemieter krijgen = slag , straf krijgen.
Geen Sodemekraai aan = niets aan.
Rare snurker = rare man.
Snuffert = neus , gezicht b.v hij valt op zijn snuffert.
Snuffelen = stelen.
Snorren = zoeken naar losse baantjes.
Snorder = iemand die ongeregelde handeltjes zoekt.
Het zit snor = Het zit goed.
Smoezen = een uitvlucht of leugentje hebben.
Smoel hebben op = begeren , voorkeur hebben op………