Over de nek gaan = braken.
Author: admin
Uit zijn nek lullen = raaskallen
Natnek= scheldwoord.
Nassen = met smaak eten.
Hij zit in de nachtploeg = hij gaat inbreken.
Naatje .= geringschatting.
Op de punt van de naald uitzitten = korte gevangenisstraf uitzitten.
Mij een biet = maakt me niet uit.
Mud = honderd gulden.
Mot = ruzie
Moppie = meisje
Moppentrommel = geldkistje.
Moot = aantrekkelijk mooie vrouw.
Stik de moord =Kindertaal betekenis= bekijk het maat.
Mook = trekharmonica.
Mollen = doden, kapot maken.
Mokkel = meisje of vrouw.
Moeren = kapot maken.
De mode uit zijn = dood zijn.
Miskleunen = misslaan.
Mikmak = rommel.
Mieters = goed.
Miesmacher = iemand die roet in het eten gooit.
Mierenneuker = scheldwoord voor pietluttig persoon.
Mietje = homo.