Hengst = klap ,slag of onhandige stomme kerel.
Author: admin
Hemelen = ten hemel varen.
Heikneuter = iemand uit de provincie.
Heibel = ruzie.
Hassebassie = een borrel.
Harses = hoofd.
Van het handje zijn = homofiel zijn.
Habbekrats = gering bedrag.
Groot-Mokum = Amsterdam.
Groene prent = briefje van duizend.
Benepakhuis = mager persoon
Grammofoonplaat = bisexueel persoon.
Graftak = scheldwoord
Goudvink = rijk persoon waar veel te halen valt.
Goser = kerel of vent.
Goochem = slim.
Glazenwasser = prutser slecht vakman.
Gis = slim.
Geijkt = betrouwbaar.
Gesjochten = arm verpauperd.
Gepikt = gestolen.
Gelazer = gezanik.
Geitenbreier = scheldwoord coor iemand die zeurt.
Gein = plezier.
Geheid = gegarandeerd stellig.