Treiterbal = plagend persoon.
Author: admin
Pikkie = vriendje.
Uit pieren = per stuk verkopen.
Burgermeester = pauper.
Patjepeeper = patser.
Lulhannis = passief persoon.
Rams = partij ongeregeld goed.
Patifols = pantoffels.
Bikkesement = brood.
Tremmen = pak slaag geven.
Sodemieter = pak slaag.
Roestbak = oude auto.
Spijkerbak = oude auto.
Aanmaken = opschieten.
Neppen = oplichten.
Snees = opkoper gestolen goed.
Zielement = op zijn donder geven.
Nastoot = op het laatst van de dag verkopen.
Op de reutel = op de pof kopen.
Bietsen = op andermans zak teren.
Kwats =onzin.
Miegus = ongeluk.
Penose = onderwerld.
Smoezen = onderons praten.
Olms = oud.