Spannen = kijken.
Author: admin
Daapse = gek.
Span die een gok hebben =kijk die een neus hebben.
Huis = kiet.
Zoele = kerk.
Goser = kerel.
Van het houtje = Katholiek.
Moeren =kapot maken.
Binkie = jongetje.
Slobber = koffie.
Latcho = jongen .
Bink = jongen.
Maas je murf = je mond houden.
Je pruik = je kapsel.
Zak opblazen = je kan me wat.
Frek = jas.
Jottem = ja.
Puin = is niets waard.
Kosjer = in orde.
Uppie = in m’n eentje.
Er in geluist = in de val lopen.
Vernachelen = stuk maken.
Beseilen = in de maling nemen.
Siezen = in de gaten houden.