Mazzel = geluk .
Bargoens
Spekkoper =geluk met de handel hebben.
Poet = gestolen goed.
Link = gevaarlijk.
Snuffelhandel = gestolen goed.
Lik = gevangenis.
Jatschore = Gestolen goed.
Woute kit = gevangenis.
Woussie = gek of raar iemand.
Krentetuin =Gevangenis in Hoorn.
Mafketel = gek iemand.
Douw = gevangenisstraf.
Bijgoochem = bij de hand persoon.
Rut = blut.
Gannef = boeffie.
Stiep =boer.
Pieremegoggel = bootje in slechte staat.
Pikketanissie = borrel.
Hassebassie = borreltje.
Borrel van het huis = Borrel van de zaak.
Hens = brand.
Gotspe = brutaliteit.
Opstekkertje = buitenkansje.
Maf = gek.
Boeren = Burgers.