Mafketel = gek iemand.
Bargoens
Douw = gevangenisstraf.
Mesoekra’s = gekken.
Kieren = geld.
Mesommes = geld.
Poen = geld.
Lowie = geld.
Mansen = geld ophalen op straat.b.v. bij een draaiorgel.
Boekenwurm = geleerde man.
Sam sam = gelijk opdelen.
Mazzel = geluk .
Spekkoper =geluk met de handel hebben.
Opstekkertje = buitenkansje.
Maf = gek.
Boeren = Burgers.
Lampie = bescheiden man.
Lijp = gek.
Fok = bril.
Besollemen = betalen.
Verknipt = gek.
Platvink =beurs.
Gis = Bijdehand.
Bijgoochem = bij de hand persoon.
Rut = blut.
Gannef = boeffie.