Op zijn lazerij krijgen = op zijn donder krijgen.
Bargoens
Kosjer = rein zuiver.
Lappen = betalen.
Lichten = iemand afzetten.
Lik me hol of lik me reed = uitdrukking van onverschillige geringschatting.
Lapswans = scheldwoord voor waardeloos figuur.
Kraken = openbreken van een kluis
Ladderzat = zwaar beschonken
Leuning bijter = niets nut.
Uit de kunst = buitengewoon goed.
Lepeneut = slimme vrouw.
Kruidenier = scheldwoord voor slechte vakman ‘prutser.
Leftrappen = opscheppen.
Lazerus = stomdronken.
Leedvermaak = iemand die plezier heeft in andermans achteruitgang.
Lef = moed.
Krententuin = gevangenis in hoorn.
Krent = zitvlak.
Kraak = inbraak.
Koppeltje = een glasbier met een jenever.
Knar = hoofd kop.
Knakker = bizar persoon.
Klepzeiker = kletsmeier.
Knaak = rijksdaalder.
Op z’n handen staan = hard werken.