Gebbetje = geintje, grapje.
Bargoens
Gesjochten = arm verpauperd.
Geitenbreier = scheldwoord coor iemand die zeurt.
Geeltje = briefje van vijfentwintig gulden.
Geijkt = betrouwbaar.
Gepikt = gestolen.
Gis = slim.
Fluiten = wateren plassen.
Eindeloos = waarderende term voor zeer goed.
Flikker = vuilak, sodemieter.
Eigenheimer = binnenvetter.
Flapdrol = verachtelijke kwalificatie van een man of vrouw.
Friese staartklok = man op leeftijd.
Filistijnen = kapot of zoek maken.
Frederik = mannelijk geslachtsdeel.
Fietsenmaker = prutser ,slecht vakman.
Ezelen = hardwerken.
Fee = mooie homo.
Dwarsstraat= iets willekeurigs. Ik noem maar een dwarsstraat.
Een-twee-drie-klaveraas = uitdrukking voor altijd prijs.
Duf = saai.
Drukken = zich uit de voeten maken.
Emmeren = zeuren.
Blinde Maupie = eerst zien dan geloven.
Bollebof = geluksvogel.