Aftaaien = stoppen.
Bargoens
Sjlemiel =sul.
Kwatten = spugen.
Kloenen = slaan.
Jodenlijm = spuug.
Luimen = slapen.
Roggel = spuug.
Luiken sluiten = slapen.
Lulletje rozenwater = slapjanus.
Bekaaid = slecht.
Uilenzeik = slecht bier.
Meuren = slapen.
Hompentent = slecht cafe.
Gajes =slecht mens.
Ragschore = slecht spul.
Maffen = slapen.
Linke sjiks = slechte vrouw.
Linke loetje =slim iemand.
Linkmiegel = sluw iemand.
Kanen = eten.
Vieskadet = smerig iemand.
Span = 2 personen.
Mierenneuker = scheldwoord.
Typmiep =sectetaresse.
Graftak = scheldwoord.