Vink = beurs.
Bargoens
Vinken = loop heen, ga op het dak zitten.
Vreemdgaan = overspel plegen.
Waterverf =woord voor slechte kwaliteit.
Wippen = geslachtgemeenschap.
Zakken vol hebben = dronken zijn.
Vernachelen = een loer draaien.
Laten zaken = onder water laten gaan.
Verneuken = bedriegen, beetnemen.
Zakkenwasser = scheldwoord.
Verpatsen = verkopen
Zalfie = gemakkelijk klusje.
Tuchten = gevangen zitten
Tuthola = preutse vrouw.
Typhushond = scheldwoord.
Op vakantie zijn = gevangen zitten
Vallen op = b.v. hij valt op blond.
Vangen = verdienen.
Krijg de vellen = verwensing
Verdomde lowietje = het zwarte schaap.
Van de verkeerde kant zijn = homo.
Verkienen = verkopen.
Tremmen = in mekaar tremmen, in mekaar slaan.
Verknipt = mal , gek.
Troel = scheldwoord en koosnaam voor vrouw.