Bakkie troost = kop koffie.
Bargoens
Trut = vrouwelijk geslachtsdeel.
Truus = aanspreekvorm van homofielen onderling.
Tuchten = gevangen zitten
Tuthola = preutse vrouw.
Tofelemone = katholiek.
Tofferik = goed persoon.
Toges = achterwerk.
Temeier = hoer.
Tor = scheldwoord.
Teringhond of teringlijer = ellendeling.
Trammelant = commotie.
Teut = dronken.
Trein = zwaar gebouwde stoere vrouw.
Tierelier = dronken.
Treifel =onrein.
Tiet = vrouwenborst.
Goed gevulde tiet = goedgevulde portefeuille.
Tietjanberelul = scheldwoord kloothommel.
Tillen = beroven.
Tinnef = rommel,slechte waar.
Tippelen = straatprostitutie.
De toer maken = een publieke prestatie leveren.
Toeter = stomdronken.
Tof = goed betrouwbaar.